Wonderverhalen
won·der¹ (het ~, ~en) Bovennatuurlijke gebeurtenis, door tussenkomst van God of door goddelijke machten plaatsvindend => mirakel Bron:Van Dale
Is er nog plaats voor wonderen in deze gehaaste wereld? Geïnspireerd op de serie 'Miracles and Other Wonders' presenteert Door het Raam exclusief feitelijke gebeurtenissen die men kan ervaren als wonderen.
| Verhaal 1 Inleiding Verhaal 2 Silly en opa (door Karin) Verhaal 3 Schoonmaker aan het ziekenhuisbed Verhaal 4 Onbewuste roeping Verhaal 5 Dubbele dimensie in de woestijn Verhaal 6 Het stopcontact Verhaal 7 Het katje Verhaal 8 De krekels |
Verhaal 9 De 5 tonner Verhaal 10 De staf Verhaal 11 Golfoorlog Verhaal 12 Twee vriendinnen Verhaal 13 Het koord Verhaal 14 De Farm Verhaal 15 A Long Way Home Verhaal 16 Steve's droom |
Een jong gezin had twee meisjes: Loreen en Ann. De twee meisjes waren als twee handen op één buik: de beste vriendinnen.
Op een dag werd het jongste meisje, Loreen, ziek, de artsen slaagden er een poos lang maar niet in een diagnose te stellen. Het bleek echter een zeer zeldzame vorm van kanker te zijn.
Loreen kreeg een intense maandenlange behandeling in het ziekenhuis, echer zonder succes. Na een intense strijd moest de familie afscheid nemen van het dappere meisje. Loreen had tegen Ann gezegd dat ze zich geen zorgen hoefde te maken, dat ze altijd bij haar zou zijn.
De begrafenis. De familie was ontroostbaar. Vooral Ann. Op de begrafenis kwam er een lief katje op haar af, ze nam het mee naar huis. Echter de maanden erna bleek de levenswil van Ann gebroken, ze miste haar zusje zozeer dat ze zelf nergens meer vreugde in kon vinden. De ouders werden er wanhopig van.
Toch had ze een dag afgesproken mee op een reisje met vrienden te gaan. Ze zou afgehaald worden en de ouders beloofden goed op het katje te passen.
Ergens onderweg waren Ann en haar vrienden even gestopt. Eén van haar vrienden riep: 'Oh, wat een lief katje!' Ann keek nu ook. 'Maar dat is mijn katje!', riep ze en de twee streelden het. Plots sprong de kat uit haar schoot en liep weg. Ze voelde een onweerstaanbare drang het diertje na te lopen. Wat zou ze doen? De auto's moesten weer doorrijden en ze moest weer instappen, of dit katje achterna, haar eigen katje? Eén van de volwassen riep, toen Ann met een vriendje de kat inderdaad was nagelopen: 'Komen jullie daar en daar heen, daar wachten we op jullie!'
Thuis ging kort daarop de telefoon. Een mannestem zei tegen de dodelijk verschrikte vader dat het persoonsbewijs van hun dochter was gevonden bij een auto-ongeluk. De vader zei net tegen de eveneens zwaar verontruste moeder dat ze naar het ziekenhuis moesten omdat Ann in een ongeluk betrokken was geweest, toen Ann opeens voor hen stond.
'Ann, ben je ongedeerd, heb je niets??' riep de vader. Ann zei dat er niets was, wat zou er gebeurd moeten zijn? De vader legde uit dat hij net gebeld was, dat zij een auto-ongeluk gehad zou hebben. Ann legde uit dat zij niet in die auto had gezeten, omdat ze haar katje was na gelopen.
Wat bleek: meteen nadat de auto's waren door gereden, waren ze betrokken geraakt bij een ongeluk, met zeer zware auto schade. De plaats waar Ann zou zitten, was volkomen verwoest. Had ze op die plaats gezeten, was ze zeker dood geweest.
De intens dankbare ouders zeiden tegen Ann dat het haar katje helemaal niet geweest kon zijn, want het diertje had het huis niet verlaten. Maar toch: hoe kon Ann haar katje dan zo feilloos herkend hebben, een stuk weg van huis? Vanaf die dag besefte Ann dat Loreen inderdaad bij haar was, over de grenzen van het stoffelijke leven heen. Het katje, dat ze had gevonden op de begrafenis van Loreen, had haar het leven gered. Eerst moest er zoiets gebeuren, voordat Ann haar levenswil weer terug kon krijgen.