Uittredingen
en
buitenlichamelijke ervaringen
Brieven
Ton (deel 2):
(dinsdag 29 augustus 2000)

 


Ik heb je boek "Door het raam" gelezen en ik mag wel zeggen dat het mij vanaf het begin tot en met het eind heeft geboeid.


Met deel 1 had ik het even moeilijk omdat het mij iets te langdradig of te uitgebreid leek. Ik kreeg de neiging om stukken over te slaan maar dat heb ik toch niet gedaan en heb er geen spijt van. Ik vind het een aanrader voor iedereen die zich hier voor interesseert.


Het is inderdaad nodig om deel 1 goed te lezen om een juiste indruk te krijgen van de gebieden en omgevingen waar jij geweest bent. Het heeft wel een nieuw inzicht gegeven in mijn dromen. Wat ik eerst aanvankelijk met enige schroom een droom noemde, zie ik nu toch eigelijk meer als een uittreding. Vooral omdat er bij deze dromen figuren bij mij zijn die ik niet kan herkennen en als ik ze zie zijn ze vaak slechts schaduwen, die met mij meegaan. Waar jij de mogelijkheid hebt om bewust uit te treden, daar wordt dat mij ontnomen en maak ik deze situaties mee alsof ik in een droom zit. Hoewel ik nog steeds hoop op een bewuste uittreding lijkt het wel erg moeilijk voor mij. Op mijn rug kan ik moeilijk liggen omdat ik dan problemen krijg met mijn rug, die dan erg pijnlijk wordt.
Wat de suizingen betreft, ook die kan ik nog maar moeilijk onderscheiden aangezien ik sinds enkele jaren geplaagd word door erg hevige oor-en hoofdsuizingen. Ook heb je het in je boek over die enorme knal die je hoort, wel, dat overkomt mij ook wel eens maar dan puur in mijn slaap en meestal word ik dan geschrokken wakker omdat ik niet weet of het echt is of astraal.
Omdat ik nu dus vermoed dat ik sommige van mijn dromen toch moet gaan zien in een ander licht, althans een deel ervan, wil ik je toch deze dromen ( uittredingen) niet onthouden.

1-5-1978 Ik ben in Amerika en bevind mij bij een huis dat in aanbouw is en ik zweef boven het gebeuren. Ik zie twee mannen bezig bij dat huis en zij doen kennelijk dingen die niet door de beugel kunnen. Ik zie vanuit mijn hogere positie dat ze betrapt worden door twee andere mannen, die kennelijk bij dat huis horen. Zij grijpen de twee vast en zeggen dat zij ze wel eens zullen afstraffen. Beide mannen worden gebonden en krijgen een koord om hun nek. Na een korte worsteling zie ik beide mannen hangen, terwijl ze enorm spartelen. Een van de twee hangt al vrij snel stil maar de andere blijft tegenstribbelen. Het is een dikke blonde man en hij schreeuwt met afgeknepen stem: "Niet doen, ik stik, ik stik. Laat mij gaan, denk aan mijn gezin, ik moet nog zoveel doen in mijn leven, ik stik, laat mij gaan". Daarna is ook hij kennelijk overleden en worden de stroppen weer losgemaakt. Ik zie dit alles van bovenaf en voel mij machteloos. Ben zeer angstig na dit gebeuren.
VRAAG is dit misschien HADES?

10-4-1979 Ik lig in de kamer in een luie stoel en doezel wat weg. Dan krijg ik op de een of andere manier instructies, hoe ik mijn gedachten moet laten varen en dan komen er op een vreemde manier dingen in mijn brein. Ik kan niet meer verklaren wat. Het is alsof iemand mij duidelijk maakt dat dit de beste manier is om het derde oog te laten functioneren. Ik word weer wakker maar kan me de instructies niet meer herinneren.

19-9-1981 Ik ben in een soort van oude drogisterij, waar veel mensen aanwezig zijn, die mij bekend voorkomen en ik ga goed met ze om. ( in het wakkere leven kan ik deze mensen niet thuis brengen en zijn volkomen onbekend.) Ik ben samen met een vrouw, ze staat naast mij maar ik kan niet zien wie ze is. Ik pak een buisje van de toonbank en daarop staat het woord "Eired". Ik gebruik dat spul om bij een soort oud boek de pagina's van elkaar te halen. Ze waren namelijk aan elkaar geplakt en dat moest voorzichtig losgemaakt worden. Dat lukte dus en meteen komt er een ouder echtpaar binnen en die willen hetzelfde buisje hebben. De verkoopster maakt hen duidelijk dat zij het buisje iets goedkoper kunnen krijgen omdat ik er al iets uit heb gehaald. Daar gaan ze mee akkoord.
Even later vertel ik aan de vrouw, die steeds naast mij staat, dat ik dit gedroomd heb (een droom in een droom?). Ik besluit in een woordenboek het woord "Eired" op te zoeken en het staat er in. De vrouw, die ik niet goed kan zien, kijkt met mij mee. Het woord staat er inderdaad in. Eired betekent "Ooievaarsbeet". De verkoopster bevestigt dat en het is voorbij.

Notitie: Later op de dag zoek ik in werkelijkheid het woord in een woordenboek op maar ik kan alleen EIRE vinden hetgeen IERLAND betekent.
Misschien heeft het iets met een vorig leven te maken. Ik ben eens onder hypnose naar een vorig leven gebracht en was daar een Ierse vrijheidsstrijder. Zeker weet ik het niet.

11-2-1982 Ik sta, als onzichtbare toeschouwer, bij twee jongemannen die met een revolver het slot uit een huisdeur schieten. Op het moment dat ze het slot eruit schieten, sta ik niet meer naast hen maar ik ben binnen in de gang van het huis. Kennelijk niet meer als onzichtbare toeschouwer want ik word nu duidelijk door hen belaagd. De twee sinistere figuren dwingen mij het huis uit, de straat op en ze uiten voortdurend dreigementen tegen mij. Ze zeggen mij te willen afranselen en me eens lekker in elkaar te willen slaan. Ik reageer nauwelijks op hun dreigementen en probeer mij sterk te voelen. In mijn hart ben ik bang maar er is niets in mij dat zegt dat ik ze terug zal moeten slaan, als het zover komt. Dit maakt hen kennelijk nog bozer en ze uiten opnieuw dreigementen. Ik keer me van hen af en op het moment dat ze weer zo vreselijk tekeer gaan is alles ineens voorbij. Ik ben wakker.
VRAAG: is dit misschien HADES?

30-4-1982 Ik loop in een tuin en daar hangt een vreemde maar zeer fijne sfeer. Ik zie daar enkele donkerblauwe boompjes staan, de stam en bladeren zijn van een soort heel donker indigoblauw. In de kruin van een der boompjes zit een klein zwart vogeltje, dat witte stippen heeft op haar vleugels (het doet mij denken aan een staalvinkje, een tropisch vogeltje). Het diertje is bezig een prachtig fluweelachtig nestje te bouwen wat ook van donkerblauw materiaal gemaakt wordt. Ik kan dit tafereel dicht naderen en het is alsof mijn ogen een soort van zoomlens in zich hebben. Als door een koker kan ik de details heel dicht naar mij toebrengen, zelfs bijna aanraken, zonder dat het vogeltje wegvliegt. Ik ben verrukt en ren een, mij bekend, huis binnen en vertel de aanwezigen daar dat ik in deze tuin wil werken. Ondanks dat ik er niet woon wil ik daar gaan werken. Hierna ben ik weer wakker.

7-2-1983 Vreemde ervaring, droom of geen droom, ik weet het niet. Ik lig wakker en kan moeilijk in slaap komen. Plotseling wordt alles beangstigend donker om mij heen en ik word doodsbang voor het onbekende. Ik roep om hulp naar mijn vrouw, die volgens mij ook wakker moet liggen. Nu echter word ik pas wakker en het blijkt dat ik kennelijk heb liggen dromen of iets anders. Heel vreemd, later herhaalt zich dit nog eens. Later die nacht krijg ik een zwart vlak te zien met daarin alleen het gezicht van mijn jongste zwager. Het verschijnt vlak voor mij en dan is het weg.
VRAAG was dit het begin van een uittreding of weer HADES?

13-5-1983 Drie maanden na zijn overgaan loop ik mijn schoonvader tegemoet. Wij drukken elkaar stevig de handen en wel met beide handen. Het is een duidelijk weerzien. Ik vraag hem hoe het gaat en hij antwoord "Uitstekend!" Dan is alles weer voorbij.

26-8-1984 Ik ben in een enorm groot huis met allerlei hokken, kamers en kamertjes. Deze zijn op de een of andere manier te veranderen of afsluitbaar. Er zijn veel mensen aanwezig in het huis, zij komen mij bekend voor maar in de werkelijkheid ken ik ze niet. In een van de kamers wordt een meisje, van een jaar of tien, voortdurend bedreigt door iets of iemand. De sfeer is er lichtelijk griezelig. Ik voel mij geroepen om het meisje te beschermen en ga vlak naast haar staan.



Opeens zie ik een bekende man, met een telescoopgeweer, door de ramen kijken en hij richt het geweer op het meisje. Ik trek haar snel weg zodat hij mis schiet en dat gebeurt een aantal keren zo. Opeens zie ik hem weer voor het raam en ik ga snel voor het meisje zitten zodat hij haar niet kan raken. Dan vraagt hij mij heel vriendelijk en beleefd om weg te gaan zodat hij kan schieten. Ik blijf weigeren en een van de aanwezigen wringt zich tussen mij en het meisje zodat ze nog beter beschermd is. Hij blijft vriendelijk en beleefd verzoeken om weg te gaan zodat hij zijn taak kan uitvoeren, zoals hij dat noemt. Terwijl hij wordt afgeleid door medebewoners, sluip ik naar hem toe en gris het geweer uit zijn handen en richt het op hem.


Hij komt nu door het raam naar binnen maar ik blijf hem onder schot houden en dwing hem met mij mee te gaan naar een kamertje. Ik geef hem opdracht om zich uit te kleden zodat hij het wel uit zijn hoofd zal laten om te ontsnappen. Het kamertje wordt afgesloten en ik sta op een gangetje en daar overvalt mij ineens het wantrouwen. Ik ga opnieuw het kamertje in en zie nog net hoe hij over een muur klimt en probeert zich zo uit de voeten te maken. Ik snap niet hoe die muren nu ineens zo laag zijn geworden. Ik ga onmiddellijk achter hem aan en dwing hem opnieuw het kamertje in te gaan.
Nu echter keert de gehele woongemeenschap zich tegen hem en mij en nu worden wij duidelijk bedreigd. Met hun gedachten laten zij de muren wijken van de diverse kamers en komen nu van alle kanten op mij af. Ik ga snel het kamertje weer binnen, pak de man beet en bedreig nu de anderen met het wapen. Zij blijven maar met hun gedachten de muren afbreken, de muren verdwijnen gewoon. Ik schreeuw nu tegen hen dat ze weg moeten gaan want anders zal ik op hen moeten schieten. Ook eis ik van hen dat zij de muren weer dichten want anders kan de man ontsnappen. Eerst willen zij niet luisteren maar geleidelijk aan verdwijnen ze allemaal.



Ik sluit nu de muren met mijn gedachten en wel zo hoog en stevig dat er niemand meer in kan. Ik heb sympathie voor de man en praat een tijdje met hem. Hij is beslist niet kwaadwillig of haatdragend tegenover mij maar hij wijst mij er wel op dat hij een taak had uit te voeren en dat heb ik hem belet. Ik geef hem zijn kleren terug en ook zijn wapen en samen verlaten wij dit zonderlinge huis. Buiten nemen we afscheid als goede vrienden en we omhelzen elkaar. Nu ben ik wakker.
VRAAG moet ik dit ook zien als HADES?

20-10-1987 Ik loop samen met vermoedelijk mijn vrouw, dat weet ik niet meer zeker, door een groot dreigend oerwoud. Er wordt overal maar geschoten en we proberen zo snel mogelijk weg te komen. We komen bij een grote open plek aan maar ook daar wordt behoorlijk geschoten met machinegeweren. Ik ben doodsbang maar dan is er iemand naast mij, ik weet niet wie, die zegt mij dat er aan de overkant van de open plek een geheime gang is. De onzichtbare stem wijst ons de weg en zegt ons dat er achter die geheime gang een mooie wereld ligt.
We rennen nu hard naar de overkant en we worden meteen onder vuur genomen. Toch halen wij het en vinden op zijn aanwijzingen inderdaad een geheime deur. We gaan er snel door en we kijken onze ogen uit. Het is werkelijk een prachtige wereld die we te zien krijgen, prachtige landschappen vol met bomen en bloemen. Er zijn ook veel mensen aanwezig en het valt me op dat er zoveel Aziatische mensen rondlopen. Men is vriendelijk en wuift naar ons en enkelen komen naar ons toe en begroeten ons. We worden verzocht om met ze mee te gaan en we bestijgen een groot rotsplateau, dat boven alles uitstijgt en zo aan ons een nog indrukwekkender uitzicht geeft over deze mooie wereld.
Op het uitstekende gedeelte van het plateau zitten een grote groep mensen in een kring en men verwacht ons kennelijk. Ze vragen mij om in het midden van de kring te gaan zitten en wel in de meditatiehouding, knieën naar buiten en onderbenen gekruist. Het is een en al vriendelijkheid wat er over mij heen komt en dan begint een man mij toe te spreken. Hij ziet er uit als een adellijke chinees, een soort mandarijn, zoals ze er een paar eeuwen geleden uitzagen. Hij vertelt mij dat ik ben uitgekozen tot "Gouden Boeddha". Nu wordt er een goudkleurig kleed om mij gehangen en rondom mij worden olielampjes aangestoken en wierrook gebrand. Ik word op dat moment met zeer veel respect behandeld en men is uitermate vriendelijk voor mij. Na een tijdje daar gezeten te hebben is de plechtigheid afgelopen en neemt men het gouden kleed weer af. Men vertelt ons dat we nu rustig kunnen gaan rondwandelen om te gaan genieten van al dit moois.
Ik wandel nu samen met mijn partner het landschap in en we genieten met volle teugen van al dit moois en ook eten we heerlijke vruchten, die je zo kunt plukken. Alles is zo betoverend en de sfeer is als of het een mooie zomernamiddag is, alleen ik kan geen zon ontdekken en toch is het helder verlicht. Al met al een verademing om er te zijn. Dan opeens voelen we dat we terug moeten en gaan weer naar de geheime deur. Zodra we die door zijn wordt er weer op ons geschoten en rennen we de jungle weer in om uiteindelijk wakker te worden.
VRAAG is dit HADES en ZEUS of is het iets heel anders? Ik ben nog steeds onder de indruk van wat ik daar heb gezien en dat zal ik niet meer vergeten.

11-5-1992 Ik bevind mij op een groot podium in de openlucht en er zijn duizenden jongelui aanwezig. Het is donker maar het podium is verlicht en er bevinden zich verschillende muzikanten, die klaar staan om een popconcert te beginnen. Dan komt opeens Michael Jackson het podium op onder oorverdovend gejuich. Hij komt echter regelrecht op mij af. Hij straalt een enorm verdriet uit en ik druk hem tegen mij aan en hij begint vreselijk te huilen. Ik troost hem door hem op zijn rug te kloppen. Dan word ik wakker.
Notitie: niet lang na deze ervaring komt Michael Jackson in het nieuws door een vermeende affaire met kinderen, die nog al wat tumult veroorzaakte.

30-6-1992 Ik word door enkele vriendelijke mannen, in vreemde kleding, met zachte drang in een vreemdsoortig voertuig geduwd en het doet mij denken aan een soort ontvoering. We rijden weg en komen uiteindelijk bij een gebouw midden in een stad. Daar word ik vriendelijk gemaand uit te stappen en door de deur van het huis geduwd. De deur wordt nu achter mij gesloten. Ik loop voorzichtig een gang door en ga de eerste de beste kamer in. Daar komen plots twee herdershonden op mij af.



Een Duitse herder, die zich heel lief en vriendelijk tegen mij gedraagt en een bruine Mechelse herder, welke zich zeer agressief tegen mij gedraagt. Ik probeer de Mechelse te ontwijken maar hij blijft blaffen en happen naar mij. Dan hoor ik een mannenstem, ik kan niet zien wie of waar vandaan, die mij zegt dat ik met de honden mee moet gaan. De Mechelse grijpt mij bij de mouw en trekt mij zo mee naar een andere ruimte. Het is een volkomen lege kamer. Dan hoor ik weer die stem en die zegt nu dat ik de Mechelse herder moet magnetiseren zodat hij kan genezen. Ik hou mijn handen boven de hond en hij kalmeert onmiddellijk. De hond blijft nu kalm en is kennelijk dankbaar want hij begint mij te likken.


De stem zegt mij dat ik het gebouw weer uit moet gaan, wat ik dan ook doe. Men laat mij weer in dat koddige voertuig stappen, ik weet niet eens hoe het zich voort bewoog. Ik word door de straten van de stad gereden en vriendelijke mensen zwaaien naar mij. Dan komen wij in een soort van buitenwijk en rijden we langs een opvallend huis. Achter de ramen van dat huis zie ik mijn overgegane moeder staan, ze zwaait lachend naar mij. Er staan nog meer bekenden achter de ramen naar mij te zwaaien alleen weet ik niet wie ze precies zijn. Dan opeens roept de stem dat ik de genezer ben. Hier word ik weer wakker.

6-6-1993 Ik kom in een bergachtig landschap mijn overgegane schoonvader tegen en hij begroet mij zeer vriendelijk. Er zijn nog twee personen, die mij begeleiden, maar ik kan ze niet onderscheiden. Als wazige figuren wandelen ze met mij mee, iets achter mij. We lopen op een bergpad en kijken in de diepten en ik zie daar prachtige valleien en bergen, die mooi begroeid zijn met lichte en donkere sparrenbomen. Het schouwspel maakt een diepe indruk op mij. Het is volkomen stil en mijn schoonvader is duidelijk verheugd dat hij me dit mag laten zien. We lopen verder en ons pad verandert geleidelijk aan in een smalle straat of steeg en we komen als het ware in een soort bergdorpje met allerlei pittoreske en schilderachtige huizen. Het doet allemaal erg oud aan maar wel heel mooi. Op straat en in de deuropeningen staan vriendelijke mensen en we worden hartelijk begroet. Ik hoor dat ze een vreemde taal spreken en mijn schoonvader zegt mij dat dat Scandinavische mensen zijn, naar hij vermoed zijn het Noren. Als we het dorpje uit zijn worden we opnieuw geconfronteerd met een aaneenschakeling van prachtige landschappen. Hier word ik wakker.

30-12-1993 Ik ben in een soort van ruïne en daarin bevinden zich een aantal kamers. In een van die kamers zie ik een bekende staan die voor een passpiegel staat. Na korte tijd loopt hij de kamer uit en ga ik voor die spiegel staan. Ik kijk in de spiegel en ik hoor een stem: "Je kijkt nu naar jezelf." Nu zie ik opeens mijn spiegelbeeld veranderen in een jongeman van circa 25 jaar. Hij ziet er knap uit, heeft donker lang haar in een staart naar achteren. Hij is gebruind door de zon en soms zie ik iets van mijzelf in hem. Hier word ik wakker.

Notitie: het doet mij denken aan een opdracht uit een droomwerkboek. Daarin word je aangeraden om een eigen droomfiguur van jezelf te creëren om zodoende beter tot helder dromen te komen.

4-4-1994 Ik maak een tocht samen met een jongen en een meisje, ik ken ze niet en weet ook niet hoe ze er uit zien. We komen door een voor mij onbekende stad en lopen door diverse straten en langs een kerk. Het begint plotseling heel hard te regenen maar gelukkig heb ik een grote paraplu bij me zodat we er met zijn drieën onder kunnen lopen. Wij zien een bushokje langs de straat en we besluiten daar te gaan schuilen en te wachten tot de bus komt. Weldra is de bus er en we stappen in en besluiten zomaar ergens heen te rijden.
Als we op een gegeven moment uitstappen regent het nog steeds hard en we besluiten weer in een bushokje te schuilen. Dan komt er een vreemde man op ons af en hij nodigt ons drieën uit in zijn huis. Voor we ja kunnen zeggen zijn we in zijn huis. De man is erg vriendelijk maar wel vreemd en de jongen en ik worden op een zeer vreemde manier door de man benaderd, min of meer geheimzinnig. Het meisje uit ons gezelschap wordt op dezelfde manier benaderd door een ander meisje, die in het huis aanwezig is. Ze stellen ons voor het huis eens nader te gaan bekijken en dat doen we dan ook.
Er is ontzettend veel donkerbruin/mahonie houtsnijwerk te zien. Alles is erg hoog en op een gegeven moment komen wij een enorme grote en hoge kamer binnen. Ook die bestaat uit merendeels houtsnijwerk. Midden in het houtsnijwerk aan het plafond staat een wapen met daarin de drie zessen. Ik vraag de man eigenlijk al wat ik weet, ik vraag hem naar de betekenis van dat wapen. Geheimzinnig fluistert hij me in het oor "dat is het wapen van het kwaad". Hij gaat met ons zitten op een bank en hij wenkt en er komt een klein guitig muisje aan lopen en het wandelt tussen mijn benen door. Hij wenkt weer, het muisje is weg en er verschijnt een lief klein zwart katje. Hij vertelt ons dat dit het goede is. Weer wenkt hij en er verschijnt een kleine agressieve hond, die wild naar mijn benen hapt en ik trek mijn benen omhoog. "Dat is het kwaad, althans dat stelt het voor": zegt de man weer.
Hier word ik wakker.

9-7-1998 Ik lig te rusten om eventueel wat te kunnen slapen voor ik de nachtdienst in ga. Ik zak weg en zie plots voor mijn ogen diverse oranjeachtige scheuren, die bewegen en een knetterend elektrisch geluid maken. Ik probeer mij te concentreren op een uittreding. Dan voel ik opeens iemand die tegen mij aan gaat liggen en ik denk nog: "hou er mee op want anders raak ik uit mijn concentratie". Helaas alles is voorbij en kijk ik wakker mijn kamer rond. Ik heb nog steeds het gevoel dat er iemand tegen mij aan ligt maar als ik kijk zie ik niemand.

Groetjes,



 


Ton Huis in 't Veld.



 


© Alle rechten voor de schrijver



 
Home - Lezersbrieven - Ton2
LinkerMenu