Mijn meest recente ervaring was bijzonder eenzijdig, bijna saai. Maar desondanks heb ik deze uittreding heel bewust meegemaakt. Het was (zoals gewoonlijk bij mijn uittredingen) nacht. Toen ik plotseling klaar wakker werd bevond ik mij in een heel ouderwetse badkamer. Deze was zo eenvoudig dat het een badkamer uit een klooster zou kunnen zijn. Het bijzondere was dat ik mijzelf was. Ik besefte heel goed dat dit een uittreding was en dat maakte mij ontzettend enthousiast! Ik dacht: Wouw! Wat een kans, nu mag ik dan eindelijk deze dimensie eens bewust ontdekken! Vol spanning keek ik om mij heen. Maar helaas, ik mocht dan wel scherp zien, maar alles wat er te zien was waren stenen muren en een soort wasbak. Na enige tijd raakte ik teleurgesteld en alles verdween weer.
In een andere uittreding die ik je wil vertellen, heb ik de onderwereld bezocht. Gelukkig besefte ik dat pas achteraf! Ik was aan het schaatsen. De meeste uittredende mensen vliegen, maar ik schaats (!?). Op mijn rechter arm hield ik mijn jongste dochtertje die toen bijna 1 jaar was. Samen zoefden we over het ijs. Ik genoot want in het echt schaats ik erg beroerd. Dan vraag ik me af waar ik mee bezig ben want het ijs is gevaarlijk dun. Plotseling schieten we door een wak naar beneden. Ik schrik me helemaal lam. Mijn enige gedachte is: Als Michèle (mijn dochtertje) dit maar overleeft! Met dezelfde snelheid komen we weer uit het water, alleen uit het wak klimmen kostte wat moeite. Sommige mensen op het ijs zagen ons maar waren helemaal niet bereid om te helpen. Anderen zagen ons niet. Ik krabbelde de kant op, nog steeds met mijn dochtertje op mijn arm.Langs de de kant was een steile stenen muur met trappen er aan. De trappen waren slechts een halve meter smal. Ik was de enige die omhoog klom via die trap. Er kwamen veel mensen naar beneden. De mensen leken gewoon maar ze waren liefdeloos. In plaats van hulp te bieden aan een drijfnatte vrouw en baby vervolgden zij hun weg naar beneden. Het viel met al die liefdeloze tegenliggers niet mee om boven te komen. Halverwege trof ik rechts een deur aan in de muur. De deur stond open dus ik deed een stap naar binnen. Wellicht kon hier iemand mij helpen. Het leek op een bejaardenwoning. Een oude man zat in zijn stoel. In tegenstelling tot de andere mensen zag hij mij wel. Hij snauwde mij toe: Ben jij helemaal belazerd om hier met je natte lijf binnen te komen! Geschrokken van zijn liefdeloosheid vervolgde ik mijn weg naar boven. Dat was mijn laatste herinnering hier aan.
De volgende uitleg kreeg ik van mijn cursusleidster en paragnost Lydia H.: Het schaatsen was een gezamenlijke uittreding van jou en jouw dochter. Plotseling belandden jullie in de onderwereld door het wak in het ijs. Die donkere zielen (die dus niet te herkennen zijn, zij zien er op aarde net zo uit als jij en ik) konden jou en je dochter helemaal niet zien, jullie komen uit een hele lichte sfeer. Zij waren op weg naar beneden, naar de onderwereld. Jullie wilden terug naar boven. Die man die jullie halverwege tegenkwamen zat iets hoger dan de onderwereld en kon jullie wel zien. Maar desondanks was hij nog steeds liefdeloos.
Tot slot nog twee akelige ervaringen van mij en mijn moeder in mijn woning in de Galecop in Nieuwegein. Het waren geen uittredingen maar ontmoetingen met duistere zielen. s Morgens in een weekend was ik mijn bed weer in gegaan en lag te doezelen terwijl mijn man en kinderen beneden waren.
Plotseling komt er onder mijn bed een donkere schaduw vandaan die mij naar mijn nek vliegt. Vreemd, dacht ik nog want er is geen ruimte onder mijn bed, het bed staat met de bodem op de grond en is dicht aan de onderkant. De schim was grijs en veel kleiner dan ik, maar desondanks heel sterk. Hij (ik voelde dat het een hij was) deed mij pijn en ik raakte in paniek. Ik vroeg me af hoe dit kon gebeuren op klaar lichte dag terwijl de rest van de familie thuis was. Op dat moment ging mijn wekker af en hij verdween even snel als hij was gekomen. Ik voelde mij kwetsbaar en onbeschermd. Voor deze ervaring was ik er van overtuigd dat ik veilig was. Ik had nl. gelezen dat duistere zielen niet in de buurt kunnen komen van lichte zielen: donker en licht kunnen niet tegelijkertijd op een plek zijn. Maar na deze ervaring was ik bang en teleurgesteld.
Lydia H.(zie boven) vertelde mij het volgende: Het rijtje huizen waartoe jouw huis behoort, staat precies op de plek waar in het jaar zeventienhonderd en nog wat een inrichting stond voor het uitschot van de maatschappij (ongeveer een huis voor gevaarlijke zwaar gestoorde mensen). Deze bewoners zijn uiteraard overleden, maar hun zielen zijn er nog. Elke keer als zon duistere ziel wordt gevraagd of hij/zij mee wil gaan naar het licht, weigert zon duistere ziel. Hij/zij is nl. bang dat hij/zij weer wordt overgeplaatst naar een ander gesticht. Zij voeden zich met angst i.p.v. liefde. Als je niet bang was geweest, had die duistere ziel zich niet kunnen voeden. Geef hem de volgende keer maar liefde, dan lost hij op. En die wekker die afging, dat hadden je gidsen voor je geregeld!
Dit verhaal durfde ik alleen aan mijn moeder te vertellen. Zij verklaarde mij niet voor gek, daar kent zij mij te goed voor. Maar ik zag aan haar gezicht dat zij het niet kon geloven. Totdat zij bij ons logeerde. Zij sliep bij ons in de logeerkamer op zolder toen er weer zon schim te voorschijn kwam. Hij heeft mijn moeder het hele logeerbed door geslagen. Mijn moeder kende mijn verhaal. Zij heeft hem dus niet veroordeeld maar liefde gegeven. Hij werd steeds kwader en agressiever maar verdween toen geheel gefrustreerd. Mijn moeder was achteraf bijzonder trots op haar zelf (en ik ook!) en was verbaasd over haar eigen kracht.
Ziezo, ik laat het hierbij. Ik hoop dat jij (en/of andere mensen) iets hebben aan mijn ervaringen. Reacties hierop zijn meer dan welkom!
Liefs, Ellen.
© Alle rechten voor de schrijfster
