Uittredingen
en
buitenlichamelijke ervaringen
Brieven
Claudia van der Sluis:
(woensdag 4 juni en donderdag 12 juni 2003)
 

Hoi Sten,

misschien herinner je me nog, ik heb ooit eens dat artikel in Vriendin geschreven waarin ik aandacht heb besteed aan jouw boek en aan uittreden.



 


Behalve journalist ben ik ook schrijfster en momenteel met een nieuw boek bezig waarin ik e.e.a. moet uitleggen over uittreden, astraal reizen e.d.. Hoewel ik mezelf beschouw als een prima dromenduider (voorzover je dat van jezelf mag zeggen) en best wel veel gelezen en ervaren heb, zit ik toch met een aantal vragen en zou ik die graag willen toetsen aan wat anderen daarvan denken om te zien of het enigszins overeen komt met wat ik denk. Mogelijk kun jij me helpen. Kun jij me vertellen wat het verschil is tussen astraal reizen, een trancereis, vision quest, een visualisatie, meditatie, een hypnose, lucide droom en een uittreding (obe)? Eigenlijk bedoel ik hiermee, zijn er gradaties van hoe ver je verwijderd bent van je lichaam?


 


Daarnaast heb ik ongeveer een jaar geleden iets meegemaakt dat me tot op de dag van vandaag nog bezighoudt en ik zou graag willlen weten wat jij denkt dat het is.


 


In een (lucide?) droom bevond ik mij in de keuken van een vriendin. Ze stond op het punt van scheiden en was bezig haar spullen te pakken. (klopte ook). Het was net of ik een trapje naar beneden was afgedaald, alsof je in een soort van souterrain staat, we bevonden ons in de keuken. Alles was erg helder, ik zie nog de kleuren en de meubels, alsof ik daar werkelijk was. Plotseling kwam er iets op mij af. Een wezen dat bestond uit een aparte waterachtige, blauwe vloeistof. Het was mannelijk en kroop naar me toe. Het voelde alsof ik en lag én stond en hij kroop over me heen, langzaam naar boven, naar mijn keel. Het wonderlijke was dat ik voelde hoe de haartjes op mijn lichaam overeind gingen staan. Ik rilde en bedacht me dat het 'maar' een droom was, tegelijkertijd bedacht ik me dat ik in een droom geen gevoelssensatie kon waarnemen en dat dit dus écht was en dat deze persoon bezit van mij aan het nemen was of iets van mij wilde (seksueel). Ik zei: 'Zeg, wat ben jij van plan. Wil je maken dat je weg komt? Ik heb jou geen toestemming gegeven om dit te doen.' Langzaam kroop hij weer van me af, bijna plagerig. Ik vond het zelf erg grappig, was niet echt boos, het was meer dat ik zoiets had van, dat doe je nu eenmaal niet, daarvoor vraag je toestemming. Toen ging hij weer. Toen werd ik wakker. Ik denk zelf dat ik contact heb gehad met een elementaal. Wat denk jij? Ik ben heel benieuwd!


 


Claudia


 


Donderdag 12 juni 2003


 


Juni 1989

 

Mijn ex en ik waren nog maar enkele maanden uit elkaar. Mijn zoontje was nog maar net twee geworden en met mijn ouders op vakantie naar Joegoslavië.

Ik bracht de tijd door met huilen en rouwen om de relatie die was verbroken. Op een middag ging ik vermoeid op bed liggen. Eigenlijk wilde ik niets liever dan de hele tijd maar slapen en huilen, als die pijn maar wegging.

Langzaam zakte ik weg in een soort droom en bevond me enige tijd later ergens op een zolder die me heel vertrouwd voorkwam en die ik toch niet kende. De vloer was van hout. Links van mij stond een vierkant, eenvoudig bed, en voor mij een antieke kast. Tussen bed en kast stond een staande halogeen lamp. Gedurende de tijd dat ik droomde, hoorde ik de hele tijd mijn poezen met elkaar ruziën en de auto’s buiten, dus ik kan niet helemaal weg zijn geweest. Ik was vermoedelijk gewoon op een ander bewustzijnsniveau.

Nu stond ik dus ineens op een zolder voor een mooie antieke kledingkast die ik ook herkende als de mijne (in die tijd had ik er een, maar die stond opgeslagen). Op de bovenste plank stonden allemaal boeken over de Tarot, over heksen en tovenaars en magie. Ik stond op een soort krukje om er goed bij te kunnen. Naast mij stond mijn vader. Ik zei tegen hem: 'Die boeken waren van jou hè, pa?’

‘Ja, zei hij. ‘Maar nu moet ik gaan, want ik heb nog een en ander te doen.’ En hij verdween van de zolder. (Ik heb van mijn vader inderdaad de Tarotkaarten en boeken gehad waarmee ik verder ben gegaan en ook was hij vroeger altijd geïnteresseerd in de dingen die mij nu boeien, net als mijn moeder overigens).

 

Ik bestudeerde de boeken een tijdje en plots merkte ik vanuit mijn linkerooghoek een verandering in het licht. De lamp werd een bepaalde kleur groen, bijna etherisch groen. Van daaruit liep een soort zilveren draad naar een punt dat ik verder niet zag. Gedurende de droom bleef de zilveren draad ergens boven mijn hoofd hangen, net als een waslijn. Niet dat ik het de hele tijd zag, maar toch ook weer wel. In ieder geval merkte ik dus dat het licht veranderde en een vage gestalte werd langzaam zichtbaar. Mijn hart sloeg een slagje over en mijn adem stokte in mijn keel. Ik was doodsbenauwd. Ik had niks met geesten of zoiets en wilde er ook niks mee te maken hebben. Dus wat het ook was, ik zat hier niet op te wachten, ik wilde uit mijn droom. Maar hoe ik ook mijn best deed en vocht om wakker te worden (het leek op zwemmen onder water, heel gek, als je je best doet om boven te komen) dat lukte me niet. Mijn ogen bleven stijf gesloten en ik hoorde een stem die zei: ‘Je hoeft niet bang te zijn. Ik ben het maar, je andere ik. Jij liet mij achter toen je elf werd.’

 

Langzaam kwam mijn hart tot bedaren. Ik had al die tijd hardnekkig niet die kant opgekeken omdat ik zo bang was, maar door de woorden kwam ik tot rust en voorzichtig keek ik die richting op, terwijl het groene licht zich verdiepte.

Wat ik zag was een meisje van ongeveer elf jaar. Ze zag er heel teer uit in een balletjurkje, heel roze en wit met een paardenstaart. Ze was heel licht en omgeven door een glans, zo leek het. Ik beseft dat ze op mij leek, op mij van vroeger dus. Ik was het en toch was ik het ook niet. Het was een andere ik. En zij was heel oud, wist ik, zeker geen elf jaar. Het was een oude ziel in een jong lichaam en toch ook weer geen jong lichaam.

 

Toen ik van mijn verbazing was bekomen begonnen we te praten, zonder woorden denk ik. De volgende scène was dat ik haar allemaal spulletjes van mezelf toonde, die op een plankje stonden uitgestald. Ik weet niet meer wat voor spulletjes. Even later zei ze dat ze me aan iemand wilde voorstellen. Ik draaide me om naar het bed en zag een jongen liggen. Een hele magere jongen met een bleek gezicht en sluik donkerblond haar. Hij was ziek of in ieder geval verschrikkelijk verdrietig en eenzaam. Ik liep naar bed en ging ervoor staan, aan het hoofdeind. Ik nam zijn handen (vreemd genoeg konden onze handen elkaar gewoon raken zonder dat ik me over het bed hoefde te buigen) en een tijdlang communiceerden wij zonder woorden. Ik voelde zijn gevoelens, alles vloeide in elkaar over. ‘Als jij mijn andere ik bent,’zei ik tegen het meisje dat van een afstand toekeek, ‘dan heeft hij ook een andere ik op Aarde.’

‘Ja,’zei ze. ‘En die zul je ook ontmoeten. Zijn naam is… (ze noemde een Scandinavische naam) en je zult hem ontmoeten op … (ze noemde iets met het getal 4 in de maand juni of juli.)

Het was me in ieder geval duidelijk dat hij uit het buitenland kwam. Zijn naam vergat ik direct weer en ook het moment waarop ik hem zou ontmoeten. En toen lieten we elkaar los en stond hij ineens, nog steeds bleek, stil en zwijgend, naast naar. Ze stonden hand in hand. Ze keken naar me en toen zei zij: ‘We moeten nu gaan.’

‘Niet weggaan,’zei ik. ‘Jullie zijn mijn nieuwe vrienden.’

Ze vervaagden al langzaam.

‘We komen terug,’zei zij. ‘Nog twee keer komen we terug en de laatste keer nemen we je mee en zullen jij en ik weer een worden.’

Toen deed ik mijn ogen open en was ik weer terug.  

Ik ben 9 jaar alleen geweest en hield me vast aan het idee dat er een andere man in mijn leven zou komen. Soms vond ik het wachten vreselijk moeilijk en vroeg ik me af of ik mezelf voor de gek hield.  

 

Negen jaar later ontmoette ik Jur via internet omstreeks 28 juni en in het echt op 14 juli. Hij heet eigenlijk Jurgen en komt uit België. Ons persoonlijk getal is van allebei een 4. We zijn getrouwd op 28 juni 2002, om 16.00 uur ’s middags toen we elkaar precies vier jaar kenden. En dit waren volkomen toevallige dingen, we zochten het echt niet uit.  

Het gevoel dat ik bij hem heb, was hetzelfde als bij de jongen in mijn droom en ik weet dus ook dat hij van binnen net zo eenzaam en verdrietig was als die jongen.

Omstreeks die periode dat ik droomde was Jur bijna dertien (hij is van 1976). Hij liep op een avond naar boven, naar zolder waar zijn kamer was, en hoorde uit het kamertje daarnaast ineens een vrouwenstem in het Nederlands (zeker niet in het dialect – plat Vlaams - waar hij vandaan komt) roepen: ‘Help mij!’

Maar toen hij ging kijken zag hij niets. Het was dezelfde periode als waarin ik zo’n verdriet had en regelmatig in mijn verdriet om hulp heb gevraagd…

Het is hem altijd bijgebleven.

 

Het is nu 12 juni 2003. Ik ben schrijfster van spirituele boeken, onder andere over en voor heksen. Mijn specialismen zijn de Tarot en dromenduiden. Ik heb zelfs jarenlang een eigen dromenrubriek gehad in een bekend weekblad. Het kan vreemd lopen…

 

Claudia

 

Claudia's web site




 

© Alle rechten voor de schrijfster


Sten


Lieve Claudia.

Dank je voor je uitermate fascinerende en prachtige verslagen. Ik ga meteen op je vragen in: "Kun jij me vertellen wat het verschil is tussen astraal reizen, een trancereis, vision quest, een visualisatie, meditatie, een hypnose, lucide droom en een uittreding (obe)? Eigenlijk bedoel ik hiermee, zijn er gradaties van hoe ver je verwijderd bent van je lichaam?"

Op mijn web site onder Definitie beschrijf ik al een aantal gebruikte definities om het reizen in geest aan te duiden. Er is (nog) geen begripsmatige eenduidigheid om bijvoorbeeld een astrale reis strikt van een uiterst lucide droom te onderscheiden. Indien een persoon toch overtuigd is dat er een duidelijk verschil in ligt, is dat een keuze voor het eigen 'gemak', niet een invalshoek die boven alle andere verheven is. 


Waar jij vooral geïnteresseerd in bent, is de afstand die de geest heeft genomen van het stoffelijke lichaam. Nu is de grap van het geest-universum dat er geen geestafstand bestaat. Als er afstand is, dan is het stoffelijke afstand die wij mensen kennen. Wij weten: er is afstand, ik moet eerst 2000 kilometer reizen wil ik te ... (plaats) geraken. Zodoende leggen veel mensen zich beperkingen op, want indien men dit vertaalt naar een waarheid voor de geest, zal men zich ook afsluiten voor de ontzagwekkende waarheid dat er voor de geest geen afstand bestaat.


Wie weet wordt het 'probleem' van de stoffelijke afstand in een (verre) toekomst ook opgelost door de technische mogelijkheid van dematerialisatie en vervolgens weer materialisatie op de gewenste bestemming of door het creëren van  hologrammen van de gewenste plek die zo levensecht zijn, dat men er wellicht genoegen mee neemt. Maar dit terzijde.


Had het gros van de mensen al eeuwen geleden geweten en geaccepteerd dat men ook bewust in geest kan reizen, waren ze nu misschien veel verder geweest, letterlijk en figuurlijk. Wat ik gemerkt en geleerd heb van mijn eigen ervaringen en die van anderen, is dat alle genoemde fenomenen zich ergens afspelen, in een bepaald gebied, in een bepaalde dimensie. Het is zo: waar je bewustzijn is, daar ben jij en misschien zelfs nog sterker: dat ben jij. Omdat we op de aarde leven, is er altijd het bewustzijn waar het stoffelijke lichaam is gelokaliseerd, maar daarnaast kunnen we met ons bewustzijn naar in feite alle plaatsen uittreden. Niet nader te bewijzen valt of we dan daar daadwerkelijk zijn, of dat iets (iets in het universum,wijzelf, een ander...) een exacte of minder exacte kopie-dimensie hebben na'gebouwd'. We kunnen onszelf wel de opdracht geven dat we de exacte aardse condities willen zien, en niet symbolische versies bijvoorbeeld. Ingo Swann kon op deze manier betrouwbaar gebleken waarnemingen doen op geheime/verborgen aardse locaties. Niet door erheen te gaan in zijn stoffelijke lichaam, maar door zijn bewustzijn op deze verre locatie te concentreren en aldaar om zich heen te kijken.


Tijdens het reizen in geest voel je, naar mijn ervaring, altijd als er iets in je stoffelijke lichaam aan de hand is, wat in ieder geval bewijst dat de menselijke geest tenminste op twee plaatsen tegelijk kan waarnemen. Ik heb over beschermengelen gehoord dat zij op meerdere plaatsen, meer dan twee, tegelijk kunnen waarnemen. 


Wat ik echter specifiek een uittreding noem, is het ervaren van het biologische uittreden zelf: van het loslaten van het stoffelijke lichaam en het bewegen in een vrij astraallichaam of delen van het astraallichaam. De suizingen horen, het licht worden in je lichaam, de spectaculaire sensatie van het bewust eruit schieten, het terugkeren, cel voor cel: dit noem ik een uittreding. 


Tijdens de astrale reis, de sterk lucide droom, de bewustzijnsverlegging (remote viewing), de hypnose... is er sprake van het ergens heenreizen met je bewustzijn, de biologische uittreedsensaties staan niet op de voorgrond. De menselijke geest kan naar elk gewenst punt reizen, is het hier op de aarde, erbuiten, naar astrale dimensies, naar het verleden op aarde, naar de toekomst op aarde of elders, naar andere levens, zelfs naar andere levens van andere geesten, er zijn geen grenzen. Wel is het mogelijk om in 'variaties' terecht te komen: symbolische versies, versies van de ziel, hoe het had kunnen zijn, keuzemogelijkheden, ... Ik denk dat de sleutel is dat je jezelf zo zuiver mogelijk een opdracht geeft waarheen de reis dient te gaan en welke 'versie' je graag zou zien. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar oefening baart kunst. Nogmaals: waren mensen geleden hier al actief mee aan de slag gegaan, waren we nu misschien naast ervaren KLM reizigers ;-) (nog) ervaren(er) geestreizigers geweest. Er zijn geen muren, er is geen gevangenis! Wat een opluchting zou een dergelijk inzicht voor daadwerkelijk stoffelijk opgesloten mensen/geesten kunnen brengen, wisten ze het maar, ervaarden ze het maar, gaven ze hun geest maar bewust of onbewust de opdracht de stoffelijke muren te doordringen en bewust voorbij de stoffelijke grenzen te reizen (want onbewust doen we dat al voortdurend, overdag en 's nachts). Niemand zal mij ooit nog kunnen opsluiten, Claudia! Jij begrijpt nu wat ik ermee bedoel.


Zeker denk ik dat er gradaties zijn in afstand van je geest tot je stoffelijke lichaam, maar alleen (!) afstand vertaald in de invloed die je stoffelijke zintuigen nog op je geest hebben. Ik besef dat het nu moeilijk gaat klinken. Laat me een concreet voorbeeld geven. Als je direct in je eigen kamer uittreedt, wil je wel eens 'last' hebben van de visuele handicap die ik ook in mijn boek beschrijf, of gewoon van de daadwerkelijke stoffelijke duisternis op dat moment. Of je hoort de suizingen, andere sensaties die aantonen dat je geest zich losmaakt van het stoffelijke lichaam; je stoffelijke lichaam geeft heel duidelijk aan dat je bewustzijn/je geest op deze manier de invloed van het biologische lichaam en de stoffelijke omgeving nog direct ondergaat. Klaarblijkelijk omdat je met je geestbewustzijn zo dicht bij je lichaamsbewustzijn bent (zich in meer of mindere mate ermee vereenzelvigt ), hebben de aardse zintuigen nog veel invloed op je. Beter gezegd: omdat je geest nog onder de invloed ('onder de indruk') is van de aardse stoffelijke mogelijkheden, kun je concluderen dat 'de afstand' van je geest tot je stoffelijke lichaam nog klein is.  


Het mooie van de geest is dat zij geen grenzen kent. Dit biedt spectaculaire mogelijkheden waar nog maar een greintje van gebruik is gemaakt! Zo komt Peter Weiss in zijn omvangrijke levenswerk 'Die Ästhetik des Widerstands' wel heel dichtbij, of zelfs in, het leven van verwante kunstenaars. Hij verdiept zich zo in hen, zowel historisch als kunstzinnig als noem maar op, dat hij die ander lijkt te worden en precies zijn leven lijkt te leven, voor even dan (maar wat is 'even'?). De kern die dit mogelijk maakt, is dat alles uiteindelijk één is: omdat die ander ergens jij is, omdat we alle delen zijn van een grote pan met ingrediënten ;-), die tezamen een bont gerecht vormen, is het mogelijk in de huid, in het bewustzijn van een ander te gaan, sterker: om in het bewustzijn van een plaats, een locatie te gaan! Want ook alle gebieden, denkbaar, maken deel uit van het grote één, het grote 'ik' om het zo maar te noemen. Vandaar ook dat er geen afstand bestaat, niet echt, omdat alles, mensen, dieren, planten, plaatsen, stoffelijk en fijnstoffelijk, deel uitmaakt van één grote 'bestemming', één grote 'pan met ingrediënten'. Sommige delen van het geheel zitten al heel dicht bij elkaar, andere delen zijn verder van elkaar verwijderd, maar toch zitten ze in dezelfde 'pan'. Vandaar dat sommige mensen tijdens hypnose opeens volleerd Russisch spreken, terwijl ze nooit één woord geleerd hebben, niet in dit leven. Wellicht putten ze uit een vorig leven, van henzelf of van een ander, waar ze als doellocatie in geest heen gereisd zijn onder de begeleidende woorden van de hypnotiseur. Het waardeoordeel dat het misschien niet eens je eigen vorige leven was, en dus minder waard/minder relevant, kan men maar beter los laten. Uiteindelijk zijn we immers één, dus ergens was het ook jouw leven, maar dan van een 'andere ik' en net zo leerzaam, net zo waardevol, net zo boeiend! Ooit was er immers één bol materie/geest, daar zaten we allemaal in, daar zaten ook alle gebieden/dimensies in...


Zo kon je ook de (ziels)toestand van je vriendin zien, je reisde in feite naar haar bewustzijnsgebied, haar zielsgebied. Over je ontmoeting met de 'elementaal': alles ligt hier in het verlengde van de één-therorie. De pan met ingrediënten, om het voorbeeld maar even aan te houden, kent vele ingrediënten en sommige maken wel hele mooie, lekkere ;-) combinaties met elkaar, en de aantrekkingskracht tussen bepaalde delen van die hele grote 'ik', kan enorm zijn. Je hoeft daarbij niet alleen aan combinaties van menselijke geesten te denken, het kunnen ook buitenaardse geesten zijn (ook deel van het grote één) die bijzonder aangewakkerd worden door jouw levensenergie, als was het een regenbui die hun kiem doet ontluiken. Ze/we  willen dan een verdubbeld/sterk 'ikbewustzijn' hebben. Zo kun je geesten aantrekken, die bijzonder gesteld zijn of aangetrokken worden door jouw inkleuring van energie, zoals jij met je huidige partner een prachtige match vormt.


Ook de 'droom' kan verklaard worden als een reis op zielsniveau, naar diverse, al nauw verwante, delen van het 'grote ik'. Het meisje dat je zag, was je wellicht zelf, of het was je beschermengel, die zeer intiem, zeer dichtbij jouw eigen 'ik' staat, en er een eenheid mee vormt, een beschermende eenheid. Zo bestaat het grote geheel uit alle delen van dat 'ik', sommige zijn al (weer) heel dicht bij elkaar, en sommige verder van elkaar verwijderd. Maar omdat alles uiteindelijk in feite één groot bewustzijn is, is het ook mogelijk in geest te reizen naar andere 'ikken' en naar andere plaatsen, naar andere tijden, want alles zit immers in één en dezelfde pan. Zulke reizen kunnen zeer opwindend of gewoon zeer prachtig of boeiend zijn.


Dit is een complex terrein, en ik besef nu meer dan ooit, dat mijn woorden het geheel niet helemaal 'onder controle' krijgen. Waarin ik vooral tekort schiet, is het ordenen van de informatie; maar ja, probeer maar eens zo'n hele grote pan vol met ingrediënten te 'ordenen' voor je gevoel en verstand. Zo moesten we tijdens de Lerarenopleiding (voor het vak Nederlands) een tamelijk complexe tekst samenvatten. Dit was, naast de toetsen Grammatica :-)),  een 'beruchte' toets waar velen de eerste keer niet voor slaagden .Ik had in geest een klein voorsprongetje, want het 'toeval' wilde dat ik de tekst onlangs al in de krant had zien staan en het zelfs vluchtig had gelezen, dus ik had al een 'Aha' Erlebnis. Ik kon de belangrijkste informatie in de tekst er behoorlijk goed uithalen, alleen het structureren bleek een behoorlijke opgave. Maar toch! De uitslag was dat slechts twee mensen van die klas de toets in één keer hadden gehaald: Arjen en ik. Nog wel allebei Boogschutters (toeval?). Nu voel ik me weer zo. Ik besef dat ik wel de belangrijkste informatie 'eruit' heb gehaald, alleen het structureren is moeilijk. De docente toen vond mijn samenvatting kennelijk toch voldoende, hoewel het duidelijk was dat ik in het opsommen van de argumenten niet chronologisch van A naar Z gegaan was. Hopelijk heb ik je hiermee, ondanks dus dat ik niet chronologisch van A naar Z ben gegaan, op een nieuwe, spannende springplank mogen zetten :-)) 


Heel erg bedankt, Claudia, want je hebt mij ook weer aan het denken gezet!


Liefs,


Sten


 
Home - Lezersbrieven - Claudia
LinkerMenu