Door het Raam



Door het Raam
Ervaringen met uittredingen

Sten Oomen

2e Druk 2004:
Uitgeverij Schors
Paperback
383 bladzijden
ISBN: 9063785852

1e Druk 2000:
Uitgeverij Sigmapress
Paperback
376 bladzijden
ISBN: 9789065561275






- Achterflaptekst
- Fragmenten
- Recensies
Door het Raam
  


Achterflap tekst


Toen Sten Oomen haar eerste uittreding beleefde, was zij achttien jaar. In haar directe omgeving kon zij geen informatie vinden over wat haar was overkomen. Omdat het wonderlijke verschijnsel zich regelmatig bleef herhalen, besloot zij hierover een dagboek bij te houden.

De meeste mensen hebben geen bewuste ervaring met uittredingen; men herinnert zich bijvoorbeeld een heldere droom met een sterk werkelijkheidskarakter. Soms ervaart iemand het 'met een schok' wakker worden: het astraallichaam is dan onverhoeds in het fysieke lichaam teruggevallen. Waar de droom ophoudt, begint echter vaak de uittreding.

Dit boek is gebaseerd op de dagboekaantekeningen van de auteur en geeft een zo volledig mogelijk beeld van haar persoonlijke ervaringen met uittredingen en haar belevenissen in de geestelijke wereld. In het eerste deel beschrijft zij de wereld waarin men terecht komt wanneer men het stoffelijke lichaam verlaat. Het tweede deel bevat haar persoonlijke en concrete belevingen, waarbij zij nauwkeurig de aard van de verschillende soorten uittredingen onderzoekt en de condities waaronder deze zich voordoen.

Door het Raam is een boeiend verslag van authentieke ervaringen, een eerste aanzet tot wetenschappelijk onderzoek naar dit fenomeen - vergelijkbaar met de studie van de Amerikaan Robert Monroe - en een steun voor mensen met dezelfde ervaring.


Fragment uit Door het Raam


Dit boek is opgedragen aan Arjen Bakker: hij was een leerling van mij op de MBO school waar ik destijds les gaf en hij heeft heel erg goed meegeholpen aan mijn boek als proeflezer. Arjen studeerde voor de bloemrichting op het AOC. Een bloemenkind, heel letterlijk dus. Ik zie Arjen nog voor me als een lange jongeman met heel donkerbruine, oplettende en vaak pretogen en zijn petje eigenwijs omgekeerd, met de klep naar achteren, op zijn hoofd. Hij kon je altijd aankijken of hij je wilde doorgronden waarin hij volgens mij ook zeer goed slaagde. Doelbewust, geduldig en grondig! nam hij mijn boek door en gaf vervolgens allemaal goede opmerkingen die ik stuk voor stuk verwerkt heb in de uiteindelijke versie van mijn boek.

In 1999 ging hij op 22-jarige leeftijd voor iedereen onverwacht plotseling over. De diagnose luidde een natuurlijke hartstilstand. 'De beste gaan het eerste' luidt het spreekwoord. In het geval van Arjen is dit in ieder geval waar.

Arjen, ook al was je 'maar' 22 jaar toen je ging, je vrienden vergeten je nooit. Tot ziens.

Voor Arjen Bakker: 27 april 1977 - 8 september 1999


1. PERSOONLIJKE GESCHIEDENIS

Mijn eerste als zodanig herkende uittreding volgde onder omstandigheden die later in mijn leven niet meer zouden voorkomen. Zoals bij zoveel kinderen moesten mijn keelamandelen eruit gehaald worden, iets waar ze vroeger niet zo moeilijk over deden. Ik was toen ongeveer zeven jaar oud. Een paar aardige mensen leidden mij na de verplichte prik in het been een tamelijk kleine kamer binnen. Daar kreeg ik in het achterste gedeelte van de kamer een zwarte rubberen kap voor mijn mond en neus: ik werd onder narcose gebracht. Alles werd zwart om me heen en ik verloor mijn bewustzijn.

Vanaf dat punt weet je over het algemeen niks meer. Er gebeurde echter iets waar ik pas veel later bij zou stilstaan. Als kind zijn er zoveel dingen waar je niet bij stil staat. Voor een kind is bij wijze van spreken alles gewoon.

Mijn bewustzijn kwam bijna onmiddellijk na het onder narcose brengen terug, en ik maakte deze ingreep min of meer bewust door: niet in mijn lichaam, maar erbuiten. De verplegers brachten me naar de stoel die dicht bij de entree van de kamer stond, waar tevens een aanrecht met waterkraan was. Nu zat ik op die stoel. Maar ik hing óók ergens in de lucht op ongeveer anderhalf tot twee meter afstand van de plaats waar de kleine operatie verricht werd. Opeens was er dat moment dat ik tegenover dat kind, waar zich twee mensen naartoe bogen, zweefde. Ik zag de hele kamer in tamelijk wazige contouren. De omtrek van de mensen die ik zag, leek uit stippellijntjes te bestaan. Ik zag dat één van de twee een soort lepel met een scherpe rand in de hand had en daarmee in mijn keel ging. De lepel kwam er weer uit, gevuld met bloed. Het bloed werd in een pan-achtig voorwerp gedaan.

De gewaarwordingen duurden niet erg lang. Kennelijk ging ik weer in mijn lichaam en het volgende moment van bewustzijn was het wakker worden en het voelen van een pijnlijke, dikke en warme keel en het zien van familie die me, om het leed te verzachten, trakteerde op een nieuwe pop en zoveel ijs als ik maar op kon.

Pas toen ik al wat verder in mijn tienerjaren was, besefte ik dat ik iets gezien had, wat ik naar geldende maatstaven niet had kunnen zien. Het onder narcose meemaken van een spontane uittreding komt echter volgens de literatuur vaak voor. Tussen deze uittreding en de volgende zou een lange tijd liggen. Ik ben in mijn leven tot dusver maar een keer onder narcose gebracht en latere uittredingen volgden dus onder andere omstandigheden.

Naast deze uittreding onder narcose is nog vermeldenswaard dat ik als klein kind wel in contact stond met de wereld van geesten en andere dimensies. Ik denk dat in feite heel veel kinderen nog half om half in een andere wereld leven en dingen zien die volwassenen niet meer zien. Zo zag ik, vooral als ik op bed lag, en ook wel als ik ziek was waardoor ik kennelijk meer open stond, gezichten in de kamer, die bestonden uit zilveren stippellijntje. Ze lachten naar me en ik wees ze aan mijn familieleden aan. Mijn familieleden zagen ze echter niet en dachten kennelijk dat ik maar wat zei.

Ook heb ik bijvoorbeeld een vreemde herinnering dat ik in bed lag als jong kind en plotseling een vrij donkere gang zag die er in de aardse ruimte niet was. Die gang zag er op een bepaalde manier oud en ouderwets uit. Hij leek ongeveer bij de deur te liggen van mijn kamer. Ik leek nu in die gang te staan die voor een groot deel met enigszins glanzende, donkere houten planken bedekt was. Er hing een beladen sfeer en ik kreeg een onbehaaglijk gevoel. Er was schijnbaar een andere werkelijkheid of dimensie in de vertrouwde werkelijkheid gekomen. Ik vermoed nu dat dit ook een uittreding is geweest en dat ik kennelijk, geheel of alleen met mijn bewustzijn, uit mijn lichaam was getreden, waarheen weet ik niet.

Op mijn zeventiende ging ik op kamers in Utrecht wonen en ik begon met mijn studie Duits en Nederlands aan de lerarenopleiding. Op achttienjarige leeftijd werd ik met iets geconfronteerd waar ik in eerste instantie zeker niet op zat te wachten of waar ik me over verheugde. Tot deze tijd was ik in principe niet geïnteresseerd geweest in zogenaamde paranormale onderwerpen.

Het begon als volgt. Opeens op een avond gebeurde er iets zeer onaangenaams. Ik lag in mijn bed, gereed voor mijn nachtrust, toen ik plotseling op een zeer brute wijze uit mijn lichaam gerukt werd. Ik lag op mijn buik en had mijn mond open. Een kracht sleurde mijn astraallichaam door mijn kamer. Dit maakte ik bewust mee. Ik had geen enkel verweer. Die andere energie had me letterlijk in de greep. Deze onvrijwillige geestestoestand bezorgde me pijnen die zich uitten als steken in mijn (astrale, lichamelijke?) ribben en pijn in mijn (astrale) tanden en kaak. Ofschoon ik me verzette en trachtte terug naar mijn lichaam te keren, kwam ik pas een stuk later in mijn lichaam terug. Meteen was ik klaarwakker, geschokt en schichtig. Deze ervaring maakte me wantrouwig om de volgende keer weer normaal naar bed te gaan. Dit bleek geen ontoepasselijke angst, aangezien ik nog meerdere keren onvrijwillig uit mijn lichaam gerukt, gesleurd of gezogen zou worden.

Deze nare gebeurtenis bleek toch al heel snel gecompenseerd te worden door zeer plezierige gevoelens die ik eveneens buiten mijn lichaam ervaarde. Ofschoon ik het eerste jaar van mijn uittredingen nare dingen meemaakte, zoals de controle verliezen over mijn astraallichaam, kreeg ik geleidelijk meer controle over deze nieuwe toestand van mijn geest en lichaam. Ook begon ik te begrijpen dat ik niet zo maar geplaagd werd, maar dat de geesten me iets duidelijk wilden maken en dat zij hun wereld voor mij wilden openen. Ik merkte dat ik wel invloed kon uitoefenen: niet altijd, maar toch zeker de helft van de tijd. Zo kon ik me heerlijk vrij bewegen in mijn astraallichaam. Ik kon vrijelijk in de lucht zweven, luchtbuitelingen maken, wat je doet als je ontdekt dat de zwaartekracht je niet meer of nauwelijks in de ban heeft!, en de omgeving, zowel de eigen kamer als ook onbekende landschappen, verkennen.

[Lees verder in 'Door het raam']


2. HET PROCES VAN UITTREDEN

Vlak vóór de uittreding gaat er een razendsnelle koerier via de zenuwbanen van de linkerhersenhelft naar de rechterhersenhelft en andersom. Door zijn eigen snelheid begeleid met een suizende klank maakt de koerier mij erop attent dat er een uittreding kan komen. In de bestuurscabine van de hersens wordt vervolgens, nadat beide hersenhelften op de hoogte zijn gesteld, een hendel in de vrije stand gezet. Voor de uittreding staat de hendel op de stand: astraallichaam vast in het stoffelijke lichaam. Met het verzetten van de hendel in de vrije stand kan het stoffelijke lichaam van het astraallichaam losgekoppeld worden, hoewel beide verbonden blijven door een oneindig uitrekbare besturingsdraad.

Onder welke omstandigheden verdubbel je jezelf en wat voel je daarbij? Ik beschrijf een aantal dingen: frequentie en tijdstip van de uittredingen, lichaamspositie en omgevingsinvloeden, sensaties net voor en tijdens de uittreding en uittreding en controle.

De reis kan beginnen. Een reis die begint met een verdubbeling: de verdubbeling van jezelf in een stoffelijk lichaam en in een astraallichaam.

Frequentie en tijdstip

Op hoeveel ervaringen baseer ik mijn verslag? In dit boek beschrijf ik zoals vermeld uittredingen vanaf eind 1986 tot eind 1997. Het aantal uittredingen in deze periode bedraagt circa vijfhonderd ervaringen, met een gemiddelde van een kleine vijftig per jaar. Gemiddeld doet zich dus bij mij om de zeven-acht dagen een uittreding voor. Een groot deel van mijn uittredingen begint spontaan, hoewel ik, als ik merk dat een uittreding zich gaat aandienen, altijd actief daarop reageer, door wel of niet mee te werken. Nu slaag ik er ook regelmatig in zelf een uittreding of verwante geestestoestand op te wekken.

Het tijdstip van uittredingen is verschillend: meestal vinden ze bij mij aan het begin van de nachtrust plaats, of vroeg in de ochtend, ca. 3.00 - 4.00 uur. In het geval dat ik net aan mijn nachtrust begin, ben ik in een sluimerfase beland: ik droom nog niet en ben mij nog bewust van mezelf. Soms heb ik al een paar korte droombeelden gezien, word weer wakker, raak opnieuw in de sluimerfase en kijk soms doezelig mijn kamer in om daarna weer mijn ogen te sluiten. Wanneer dan een uittreding zich aandient, ontwaakt mijn astraal bewustzijn. Soms komt het voor dat zich meerdere dagen achter elkaar elke nacht uittredingen voordoen. Soms blijven de uittredingen weken of zelfs een maand lang weg, maar vrijwel nooit langer dan een maand.

[Lees verder in 'DOOR HET RAAM']


Recensie Biblion 'DOOR HET RAAM'



Er is een toevloed van boeken waarin uittredingen en het contact met geesten in andere dimensies beschreven worden. Ook deze auteur beschrijft haar eigen ervaringen die begonnen toen zij achttien jaar was. Toch springt dit boek eruit. Omdat haar belevenissen geloofwaardig overkomen. Juist door haar rationele benadering en de exactheid van haar informatie. Haar ervaringen heeft zij vanaf het begin objectief opgetekend (over twaalf jaar uittredingen) en zodanig verwerkt dat de lezer de ontwikkelingen uitstekend kan volgen. Het boek bevat twee delen. Deel 1 biedt algemene informatie over het uittredingsproces, de geestenwereld en de vraag waar geesten wonen. In deel 2 beschrijft zij haar persoonlijke ervaringen. Tabellen over o.a. frequentie en beleving van uittredingen, invloed van de seizoenen, seksualiteit in uittredingen en bewust contact met beschermengelen/begeleiders vormen een duidelijk overzicht. Ondersteunend voor lezers met gelijksoortige belevenissen, maar ook lezers zonder dergelijke ervaringen zullen geboeid raken door haar duidelijke informatie en vlotte schrijfstijl.

24-11-2000

M. Kraaij-Van Weeren


Recensie bij de nieuwe Door het Raam (Schors, 2004)



De auteur beleefde op achttienjarige leeftijd haar eerste uittreding. Voor haar was dit een onbekend fenomeen, ze had nog nooit iets gelezen over dit onderwerp en hield haar ervaringen jarenlang voor zichzelf. Wel hield ze een dagboek bij tot ze voldoende informatie had verzameld om een boek te schrijven. Het boek bestaat uit twee delen; in deel I beschrijft zij haar persoonlijke geschiedenis, het proces van uittreden en de wereld van de geesten, deel II is een verslag van haar uittredingen van eind 1986 tot eind 1997, aangevuld met statistieken en overzichtelijke samenvattingen. Haar nuchtere en nauwkeurige verslagen, gelardeerd met humor, bieden een goed inzicht in de andere dimensies en kunnen wellicht, naast het informeren van de geïnteresseerde lezer, dienen als 'voer voor psychologen'.

M. Kraaij-Van Weeren





















 
Home - Boeken - Door het Raam
LinkerMenu